Type ongeval

Afhankelijk van hetgeen u is overkomen bieden wij u enige uitleg opdat u zelf ook enig inzicht krijgt in de belangrijke factoren na het u overkomen ongeval.

De verkeersongevallen
De bekendste groep waarbij letsel ontstaat is wel die van de verkeersongevallen. De aansprakelijkheid is verkeerstechnisch geregeld in de Wegenverkeerswet. Het komt erop neer dat de vraag beantwoord moet worden wie er verkeerstechnisch fout zat. Vaak gebeurt het, dat beide of meerdere partijen schuld hebben aan een ongeval. Het is dan mogelijk dat één of beide partijen voor een deel een percentage eigen schuld hebben aan het ongeval. Dit gedeelte van de schade krijgen ze dan niet vergoed.

Eigen schuld
Eigen schuld kan ook ontstaan als u bijvoorbeeld de gordel niet om had. Uit uitspraken van de Hoge Raad is gebleken, dat het dan reëel is om 25% van uw schade niet vergoed te krijgen. U moet bij het afsluiten van uw overeenkomst met een advocaat of kantoor ook oppassen omdat u het percentage schuld verhoudingsgewijs ook niet uitgekeerd krijgt als vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Met andere woorden: als u 25% eigen schuld heeft, dan zal de betreffende aansprakelijkeidsverzekeraar slechts 75% van de kosten van uw belangenbehartiger vergoeden mits deze in verhouding tot de omvang van de zaak redelijk zijn. U dient dan het resterende bedrag aan uw belangenbehartiger zelf te betalen.

Proces Verbaal
Mocht u een ongeval overkomen, zorg er dan voor dat door de politie proces-verbaal ( PV) opgemaakt wordt of in ieder geval een registratieset wordt ingevuld. Krijgt u later discussie wat betreft de aansprakelijkheid, dan is het erg prettig indien u het bewijs van de aansprakelijkheid bij de politie kunt opvragen. Wij vragen voor u ook het proces verbaal op als dat nodig is echter er zit vaak een enorme vertraging op het verkrijgen hiervan en de politie maakt tegenwoordig bijna geen PV meer op als er geen sprake is van duidelijk aantoonbaar letsel c.q de ambulance er niet bij is gekomen.

Letselschade bij een kind jonger dan 14 jaar
Vindt er een aanrijding plaats tussen een kind jonger dan 14 jaar en een motorrijtuig dan geldt, behoudens overmacht, dat u altijd als aansprakelijke partij zult worden beschouwd. De bestuurder zal overmacht van zijn zijde moeten aantonen en bewuste roekeloosheid aan de zijde van het kind hetgeen in slechts zeer weinig gevallen zal lukken. De wet gaat er nu eenmaal van uit dat u uitkijkt voor jonge kinderen, en dat fouten die door kinderen worden gemaakt horen bij hun leeftijd. Kan de bestuurder in alle redelijkheid geen enkel verwijt gemaakt worden en gedroeg het kind zich dusdanig dat hier in alle redelijkheid geen rekening mee gehouden kon worden, dan is het mogelijk dat de bestuurder onder de aansprakelijkheid uit kan komen.

Voorbeeld eigen schuld-geen dekking verzekeraar
Als voorbeeld noem ik u de bestuurder die een kind aanreed dat bewust op de middenbaan van de weg lag en op het laatste moment naar de andere kant rolde in het kader van een durf spelletje. Het is duidelijk dat in zo’n geval het niet realistisch is om de verzekeraar van de auto aan te spreken.

Visie van Victory
Wij zijn van mening dat het juist is dat alle kinderen onder de 14 jaar een zeer ruime bescherming van de wet krijgen. We zijn immers met zijn allen niet voor niets verzekerd. Is het slachtoffer een kind, dan kan het kind, dat zijn hele leven nog voor zich heeft, ondanks zijn mogelijk fout, in ieder geval steun krijgen van de verzekeraar aan wie wij allen jaarlijks premie betalen. De ouders zouden mogelijk aan de verzorging van het kind financieel ten onder kunnen gaan. Met het toewijzen van eigen schuld moet dan ook zeer terughoudend worden omgegaan.


Bedrijfsongeval

Bedrijfsongevallen, de aansprakelijkheid van de werkgever 

De werkgever dient ervoor te zorgen dat zijn of haar werknemers in een veilige werkomgeving hun arbeid kunnen verrichten. Schiet de werkgever in zijn veiligheidsinstructies tekort of blijkt de arbeidssetting onveilig en loopt een werknemer hierbij letselschade op dan dient de werkgever in beginsel de schade te vergoeden.
 
De werkgever is niet altijd aansprakelijk voor een bedrijfsongeval. De werkgever moet een verwijt kunnen worden gemaakt waaruit blijkt dat hij te kort is geschoten in zijn zorgverplichting. Hierbij kunt u denken aan het niet treffen van adequate veiligheidsmaatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het werken met gevaarlijke machines zonder voldoende voorzorgsmaatregelen maar ook  werk- en rusttijden.  Ook als de werkgever onvoldoende veiligheidsinstructies heeft gegeven is hij aansprakelijk. Hij dient op het naleven van deze instructies na te zien alsmede in de gaten te houden dat het personeel de hiertoe noodzakelijke opleidingen volgt. Een veiligheidsinstructie die een keer gegeven is ,vrijwaart de werkgever dus mogelijk niet van zijn aansprakelijkheid.
 
De zorgplicht van de werkgever gaat ver. Zelfs zo ver dat de werknemer alleen maar hoeft te bewijzen dat er een causaal verband is tussen zijn letsel en de werkomstandigheden. De werkgever mag vervolgens gaan aantonen dat hij er alles aan gedaan heeft om het ongeval te voorkomen. Dit is tegenwoordig niet gemakkelijk. De aansprakelijkheid van de werkgever gaat zo ver dat ook buiten de poort van de fabriek de aansprakelijkheid van de werkgever voortduurt. Ook de veiligheid van de werknemer valt onder de zorgplicht van werkgever gedurende diens werktijd. Wordt een werknemer van achteren aangereden terwijl hij op weg is naar een klant in een bedrijfwagen dan kan hij zijn schade op de werkgever verhalen. 
 
Geen eigen schuld
 Bij bedrijfongevallen is het een alles of niets situatie wat betreft de aansprakelijkheid. In tegenstelling tot bijv. verkeersongevallen, kent men geen percentage eigen schuld. De werkgever moet van goeden huize komen wil hij bewijzen dat de werknemer bewust roekeloos of bewust onvoorzichtig is geweest. Eigen schuld wil zeggen dat een deel van de schade door het slachtoffer zelf gedragen dient te worden. De vraag is dan in welke mate de eigen gedraging heeft gezorgd voor het ontstaan van de schade. Bij bedrijfongevallen beschermd de wet de werknemer uitstekend. Ik zal u een aantal voorbeelden noemen.
 
Een werkneemster komt ten val bij Marfo terwijl ze van de wc komt en uitglijdt over een zeer gladde vloer. De werkgever geeft aan dat 6x per dag de vloer gereinigd wordt en dat hij derhalve er alles aan heeft gedaan om te voorkomen dat de werknemers uitglijden. Daarbuiten had hij de werknemers moeten voorzien van passend schoeisel. Dus ook een gladde bedrijfsvloer kan tot aansprakelijkheid van de werkgever lijden.  
 
Het wettelijk kader is art. 7:658 BW

1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
 2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
 3. Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
 4. Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.
 
en vaak ook art. 6:174 BW betreffende de opstal

1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.

2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij leidingen op de leidingbeheerder, behalve voor zover de leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.

3. Bij ondergrondse werken rust de aansprakelijkheid op degene die op het moment van het bekend worden van de schade het werk in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt. Indien na het bekend worden van de schade een ander gebruiker wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden gebruiker was. Indien de schade is bekend geworden na beëindiging van het gebruik van het ondergrondse werk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste gebruiker was.

4. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

5. Degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of van de grond staat ingeschreven, wordt vermoed de bezitter van de opstal te zijn.

6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.


Uitleg medische misser oftewel medische kunstfout
 
De medische kunstfout, medische misser, verkeerde diagnose is het een fout of een complicatie?
 
Het zal je maar gebeuren, je kindje gaat het ziekenhuis in om een krom staande vinger te corrigeren. Het was een ieder duidelijk dat de operatie aan die kromme vinger moest geschieden maar hoe onbegrijpelijk ook….de chirurg pakt de verkeerde vinger waardoor een gezonde vinger onnodig beschadigd wordt. En dan? De ouders stellen het ziekenhuis aansprakelijk en de aansprakelijkheidsverzekeraar….wijst de aansprakelijkheid af. Argument is dat de moeder maar de goede vinger had moeten aanwijzen.
 
Dit is een zaak die daadwerkelijk is gebeurd. Natuurlijk was deze stelling onhoudbaar voor de verzekeraar en kwam de aansprakelijkheid snel rond, maar het geeft maar eens te meer de houding weer van medische verzekeraars. De voornaamste verzekeraars van de ziekenhuizen en medici zijn Centramed, Medirisk en de VVAA.
 
Helaas zijn dit geen fijne clubs. Ik zal u uitleggen waarom het zo vaak misgaat.
 De meeste medici betalen een verzekeringsom welke afhankelijk is van de schade die het vorig jaar is uitgekeerd aan letselschadeclaims. Is er weinig betaald dan….betalen de medici ook weinig premie. Een reden temeer om extra afwijzend te doen als iemand een medicus aanspreekt op een beroepsfout oftwel een medische kunstfout. In de praktijk gebeurt dit dan ook veelvuldig.
 
Aan het ziekenbed wil de medicus nog wel eens zijn fout erkennen. Hij betuigt hier spijt, maar als de formele aansprakelijkheidsstelling binnen rolt dan is het ineens geen fout meer maar een complicatie. En een complicatie leidt niet tot aansprakelijkheid, aldus de verzekeraars.
 
Medirisk en Centramed zijn kampioen in het afhouden en afwimpelen van letselschadeclaims. Ik durf gerust te stellen dat een letselschadebureau 8 van de 10 zaken verliest omdat het bewijs niet rond te krijgen is.

De medische fout controleerbaar, ja dat kan:
 
Het ziekenhuis neemt alle operaties digitaal op en bewaart deze opnames 5 jaar. De opnames zijn vertrouwelijk en kunnen niet gebruikt worden voor andere doeleinden zonder toestemming van de patiënt. De patiënt geeft toestemming dat er opnamen gemaakt worden ter bescherming van zijn juridische positie. Gaat het fout dan kan een expert precies zien wat er gebeurde, wat er gezegd werd en of er sprake is van een fout of een complicatie. Met de huidige stand van de digitale technieken is dit een fluitje van een cent.
 
Ziekenhuizen staan negatief tegenover dit soort voorstellen net als verzekeraars omdat ze ineens een storm aan ….terechte claims op hun dak kunnen krijgen.  Tja, en dan moet de premie omhoog en dat wil toch niemand?  De tarieven van de gezondheidszorg gaan toch wel omhoog. We hoeven maar te kijken naar hetgeen er de afgelopen jaren allemaal weer negatief veranderd is. Ik ben van mening dat een slachtoffer liever de zekerheid heeft dat de operatie juist is verricht dan dat hij diens hele leven over de aansprakelijkheid  in onzekerheid verkeert en een oneerlijke juridische strijd in moet gaan zoals dat tot op de dag van vandaag het geval is.
 
De ziekenhuizen willen nog niet aan het opnemen van operaties. De angst dat gesprekken van het personeel in het openbaar komen of dat het tot extra claims zal leiden, zorgt ervoor dat ziekenhuizen dit afhouden. De angst  dat de gesprekken in het openbaar komen zijn pure onzin. De  opname van de operatie c.q. de behandeling wordt immers pas actueel als er iets fout is gegaan en de toedracht onderzocht dient te worden. Dat personeel grapjes maakt tijdens een operatie weet toch iedereen en dit wil zeker niet zeggen dat het personeel hierdoor onzorgvuldig zou handelen.
 
Victory is voorstander van het opnemen van operaties en SEH behandelingen.
 
Adagium bij medische missers

In dubio abstine of in dubiis abstine is een Latijnse uitdrukking, die betekent ‘bij twijfel dient u zich te onthouden van een oordeel’ of kortweg ‘bij twijfel niets doen’. De term vormde reeds een principe binnen het Griekse en Romeinse recht en ook binnen het huidige recht vormt het vermoeden van onschuld (in dubio pro reo; “bij twijfel wordt besloten in het voordeel van de beschuldigde”) een belangrijk grondprincipe.
 
Binnen het medisch jargon wordt het gebruikt om aan te geven dat een arts die aarzelt of een bepaalde ingreep of interventie zin heeft in een bepaald geval, deze ingreep beter niet kan doen, om in ieder geval te voorkomen dat de ingreep het erger maakt of dat er vermijdbare complicaties op kunnen treden
 
Primum non nocere (ten eerste geen kwaad doen, in ieder geval geen kwaad doen) is in het medisch jargon een advies dat artsen steeds in gedachten moeten houden, vooral als ze de keus hebben tussen handelen, met onzeker resultaat, en afwachten.


Huis- tuin- en keukenongevallen:

Voorbeelden van huis-, tuin- en keukenongevallen:
Een vallende kast
Een ongeluk met een broodmes
Een brand die onstaat bij een BBQ
Ongelukken op de trampoline
en zo zijn er nog honderden te verzinnen

Hoe moeten we deze ongevallen beoordelen?

Een ongeluk zit in een klein hoekje 

En nadat het ongeluk is gebeurd dienen wij te beoordelen of hier nu sprake is van een onrechtmatige daad of een toevallige samenloop van….ongelukkige omstandigheden.

Dat dit meestal zeer lastig is bleek wel uit het Hoge Raad ‘Kast-arrest’ (Hoge Raad 12 mei 2000, NJ 2001, 300).

Zusje Wendy helpt Monique met het verhuizen van een kast. Hierbij draait Wendy de kast zodanig dat ze haar evenwicht verliest en de kast uit haar handen glipt. In een laatste redpoging geeft ze de kast een duw waardoor Monique ernstig letsel oploopt (haar onderarm moet worden geamputeerd)

De Hoge Raad komt tot de volgende conclusie: De enkele mogelijkheid van een ongeval als verwezenlijking van een gevaar dat aan een bepaald gedrag inherent is doet dat gedrag niet reeds onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.

Met ander woorden de dader had moeten weten/moeten beseffen dat zijn gedrag gevaarschappend en onzorgvuldig was en dat hierdoor een behoorlijke kans op een ongeval zou ontstaan.


Sport- en spelsituaties

Een aparte categorie is de sport en spel situatie. Stel dat u hierbij letsel oploopt. Algemeen geaccepteerd is dat men bij sport en spel een verhoogd risico op letsel loopt. Dit gaat van bergbeklimmen tot en met een potje tennis waarbij u een bal op uw oog kunt krijgen.

Dit verklaart dan ook dat in dergelijke zaken de aansprakelijkheid nog wel eens ter discussie staat. De vraag die overeind blijft, is of er sprake is van onrechtmatig gedrag. De vraag is in welke mate er sprake was van een acceptabel risico c.q. een ongelukkige samenloop van omstandigheden en wanneer dit overgaat in een onaanvaardbaar risico.

Ik zal u een aantal praktijkvoorbeelden noemen.

Een praktijksituatie die uiteindelijk in rechte beslist is, is het tennis arrest (Hoge Raad 19 oktober 1990, NJ 1992, 621). Hierbij sloeg iemand tijdens een potje tennis gedurende een onderbreking een paar ballen naar zijn medespeler en raakte diens oog. Als gevolg hiervan verloor de tennisspeler diens zicht in een oog. De Hoge Raad was van oordeel dat er geen grond voor aansprakelijkheid was. De Hoge Raad was van mening dat de grenzen van onrechtmatigheid bij een sport- en
spelsituatie beduidend hoger liggen. Onvoorzichtigheid leidt dus niet meteen tot onrechtmatigheid. Dit betekende dus dat de letselschadeclaim werd afgewezen.


Dan het judo arrest (Hoge Raad 11 november 1994, NJ 1996, 376). Twee personen zijn aan het judoën. De scheidsrechter geeft aan “matte”, waarmee beide spelers moesten begrijpen dat ze moesten ophouden met judoën. Helaas doet één van de beide dit niet en gooit alsnog zijn tegenstander hard op de mat waardoor deze gewond raakt. Het hof komt uiteindelijk oordeelt dat er wel een grond is voor aansprakelijkheid.

Het is duidelijk dat de gedragsnorm, waartegen dit soort zaken beoordeeld moeten worden, zeer afhankelijk is van de situatie ter plekke.


Dan een zaak die ik in het verleden heb behandeld. Het betreft hier een jong meisje dat paardrijles krijgt. Ze gaat naar de manege en krijgt daar te horen van de zoon van de baas dat er geen rijles is. Hij vertelt haar dat ze maar met twee andere amazones mee moet gaan rijden door het bos. Het meisje weet niet beter dus gaat met de twee dames mee. Echter deze dames waren zeer ervaren terwijl het meisje nog maar net op les zat. Het tempo in het bos ligt veel te hoog en uiteindelijk valt het meisje van haar paard en breekt haar schaambeen met alle gevolgen van dien. De manege blijkt niet verzekerd en uiteindelijk wordt de zaak in den minne geregeld na een lange discussie over de aansprakelijkheid.


Roeien en een botsing, is er aansprakelijkheid bij sport en spel?
Een uitspraak van de arrondissementsrechtbank Utrecht van 25 juni 2008 (LJN-nummer BD5265) gaat over een zaak waarbij twee dames samen met elkaar aan het roeien waren in een dubbeltwee. Dat wil zeggen ze zitten achter elkaar met elk twee riemen. De één zorgt voor het sturen en moet geregeld achterom kijken en de ander bepaalt het ritme en tempo van het roeien. Ze botsen dan tegen de zogenaamde dukdalf van een brug waarbij eiseres een whiplash oploopt.

In een sport- en spelsituatie zal niet snel aansprakelijkheid worden aangenomen aangezien, in dit geval de roeiers, ook op de hoogte zijn van het feit dat in de setting waarin dit ongeval gebeurde eiseres wist dat bij gebrek aan een stuurman zij afhankelijk zou zijn van het achterom kijken om de juiste koers te behouden en dat dit betekent dat, indien dit niet gebeurt, een ongeval zoals een botsing met een brug, kan gebeuren. Stel dat er sprake zou zijn van een opzettelijke grove overtreding die niet binnen het kader van de normale sportuitoefening zou behoren, en waarmee andere spelers ook geen rekening behoeven te houden, dan zou er een grondslag voor aansprakelijkheid zijn. De vraag is of dit hier het geval is.

Nu de dames allebei wisten dat zij trainden voor een wedstrijd, en zij vaarden in een boot zonder stuurman waarmee er dus een groter risico is op het krijgen van een botsing, zij bekend waren met het traject en de brug en de setting zich afspeelde binnen hetgeen verwacht mag worden als een normale setting bij het roeien, is er geen grondslag voor aansprakelijkheid.
Deelnemers van sportactiviteiten dienen erop bedacht te zijn dat zij “in het vuur van de sportieve strijd”, gemakkelijk het aspect veiligheid uit het oog kunnen verliezen maar dat dit niet gelijk betekent dat er een grondslag is voor aansprakelijkheid. Dus dames, pas op met roeien.


Sport en Spel ongelukken

Bij het beoordelen van de onrechtmatigheid bij sport- en spelsituaties gaat het dus om de specifieke omstandigheden. De spelregels zijn van groot belang alsmede hetgeen betamelijk is in het normale dagelijkse verkeer. Normen en waarden spelen dus hier ook een grote rol. Het is een bijzonder moeilijke materie omdat vaak niet op voorhand duidelijk is of verhaal mogelijk is. Is er voldaan aan de zorgplicht en/of is er voldoende voorlichting gegeven? Het zijn allemaal valide punten die bij de weging van de aansprakelijkheid van groot belang zijn.

Nog een voorbeeld:

Hoge Raad 25 november 2005 (NJ 2007, 141), Skeelerongeval

Een dame is aan het skeeleren en komt ten val. Ze overlijdt aan de gevolgen hiervan. De cursusleider en de organisatie worden aansprakelijk gesteld en veroordeeld. Het slachtoffer was zeer onervaren en had meer en vooral nadrukkelijk gewezen moeten worden op de veiligheidsmaatregelen. Nu ook de cursusleider geen helm droeg en het slachtoffer slechts vrijblijvend wees op de mogelijkheid om een helm te dragen (en ook zelf de helm niet droeg), leidt één en ander tot aansprakelijkheid.

Ik adviseer u dan ook zeker om in een dergelijke situatie een letselschade expert te raadplegen.

Wilt u weten of er in een specifieke situatie verhaal op derden mogelijk is, vul dan het responsformulier op deze site in en wij nemen geheel gratis en vrijblijvend contact met u op.